Lachen

SDW A1 1977-1978 met v.l.n.r. Schut, Gootjes, Bitter, Kraakman, Kooy, Steffens, Klapmuts, Koers, Otto, Zaken, Abdul Rashid, Haatrecht en Breebaart

SDW A1 1977-1978 met staand v.l.n.r. Atie Schut, Piet Gootjes, Rolf Bitter, Wim Kraakman, Dick Kooy, Marcel Steffens, Attie Klapmuts en trainer Herman Koers. Zittend v.l.n.r. Co Otto, John van der Zaken, Ribut Abdul Rashid, Jerry Haatrecht en Frank Breebaart

Lang geleden, ik denk in 1977, moesten wij met de A1 van SDO uit Bussum voetballen tegen de A1 van SDW uit Amsterdam-West. Interregionaal voetbal, dat was toen de hoogste afdeling in de jeugd. Wij speelden thuis en waren al een tijdje aan het warmlopen en inschieten; het voetbal werd bij ons echt erg serieus aangepakt. Ongeveer een kwartier voordat de wedstrijd begon, kwamen de jongens van SDW het veld op. Ze zeiden ons gedag, liepen een beetje warm, deden een rondo en moesten enorm lachen met elkaar. Waarom moesten zij zo lachen? Wisten zij iets was wij niet wisten?

Wij gingen naar de kleedkamer voor de laatste tactische besprekingen, zij bleven op het veld. Toen we terugkwamen, vroegen ze of wij er ook zo’n zin in hadden. Zij wel, vertelden ze. Lekker weertje, mooi veld, leuke tegenstander. Kortom: lekker voetballen. Het werd een bijzondere wedstrijd. Wij hielden ons vooral goed aan onze taken: simpel spelen, bal naar de juiste kleur, risico beperken. En vooral, probeer tijdens de wedstrijd niet wat op de training ook nog nooit is gelukt.

Zij waren erg fel. Snel druk zetten. En als ze de bal hadden, waren ze vaak lekker aan het pingelen. Als een van de buitenspelers er drie van ons passeerde met onnavolgbare straatvoetbalbewegingen werd er over het hele veld door de spelers van SDW gelachen. Daarom heet het dus waarschijnlijk `team-genoten’. Maar ze moesten ook lachen als een veelbelovende actie door ons werd doorzien. Degene die de bal kwijtraakte, lachte mee. Met elkaar veroverden ze snel de bal weer. En dan, je raadt het al, werd er weer gelachen. Het werkte enorm aanstekelijk op mij. Onze aanvoerder kon er minder om lachen. Typisch die arrogante Amsterdammers, vond hij. In de rust liep hun Surinaamse spelverdeler langs hem en zei: “Je betaalt toch contributie om lol te hebben?”

Wij wonnen uiteindelijk met 3-2, maar ik had toch het idee dat zij het leuker hadden gehad. Aan het eind van het seizoen bleken zij hoger te staan dan wij. Later kwam ik erachter wie hun `handigste’ speler was: Jerry Haatrecht. Ik lees op Wikipedia dat hij leerde voetballen op het Balboaplein in Amsterdam met zijn broer Winnie, en met buurtgenoten als Frank Rijkaard en Ruud Gullit. Ik begrijp dat ze daar vaak lachend de andere buurtjongens gek speelden. Ook bij de wereldtop begint het bij plezier. En blijft het ook gaan om plezier. Ik heb nog geregeld aan die wedstrijd gedacht, denk er nog steeds of en toe aan voor een belangrijk optreden. Het begint allemaal met plezier. Ik bedenk hoe mooi het is dat ik, was ik ga doen, mag doen. Ik weet dat als ik plezier probeer te hebben, mijn medespelers dat ook hebben en dat de kans groter is dat het goed gaat.

Ik denk er ook aan bij een onbelangrijke tenniswedstrijd als het lijkt alsof het racket ineens een loeizware hamer is in mijn totaal verkrampte arm. Dan moet ik gewoon even mijn eigen arm uitlachen en duidelijk maken dat-ie zich niet zo moet aanstellen. En dan zeg ik tegen mezelf: je betaalt toch contributie om een beetje lol te hebben?

Ik denk er ook aan als ik nu naar Ajax zit te kijken. Er is daar van alles aan de hand, maar het lijkt er vooral op dat alle vrolijkheid uit het team verdwenen is zodra de wedstrijd bijna begint. Niks lachend het veld op, eerder rondlopen als een stelletje honden die tegen hun zin naar het zwembad worden getrokken. En dat is echt niet alleen bij Ajax. Wanneer zie je spelers in de top nog echt lachen om een mooie actie? Of lachen om een mooi bedoelde, maar mislukte actie? Raak je later kwijt wat in de jeugd nog gewoon was? Halen trainers en begeleiders het jeugdig plezier eruit? Jammer, want alles begint met plezier.

PS: Jerry Haatrecht is in 1989 omgekomen bij de SLM-vliegramp. Zeer verdrietig. Maar zijn lach — en die van het hele team — blijft in mijn gedachte

Peter Heerschop
Auteur, columnist en lid van cabaretgroep ‘Niet Uit Het Raam’ (NUHR).
 
Dit artikel is gepubliceerd in het tijdschrift Helden en in overleg overgenomen.
 
 
 

2 reacties op “Lachen”

  1. Robbert van Gom Neumann zegt:

    Een prachtig en momenteel voor mij ontroerend verhaal, waarin ik het plezier van die periode volledig herken. We speelden in de Baarsjes Amsterdam (van Rensselaerstraat) ook tot heel laat in de avond lantaarnvoetbal (schieten op de lantaarnpaal was een punt, boven een bepaalde hoogte twee punten en met de kop drie punten. Dit allemaal natuurlijk met grote kans op sancties van onze ouders, omdat we uiteindelijk weer laat binnen waren. Toen ik met mijn moeder en broertjes naar de Van Beuningenstraat 161 verhuisde, kwamen neven Jerry en Winston met regelmaat bij ons en voetbalden wij in de speeltuin Westerkwartier aan de van Beuningenplein. Vanwege het karakter van de buurtsamenstelling (gezinnen uit de lagere inkomensklasse) werden wij vaak ingeschreven voor voetbal toernooien. De kinderen hadden daarmee toch iets om handen en daarmee ook een zomervakantie periode deels ingevuld. Zo was dit ook met activiteiten in de Sporthal Van Hogendorp. Menig jeugdteam van BVO’s kregen klop van onze teams uit de Staatsliedenbuurt Amsterdam (Oud-West). Ik noem dan jongens, inmiddels mannen op goede leeftijd zoals; Henkie Wisman, Peter de Jager, Willem Rem, Gerry Blokzijl, gebroeders John en Ray Dilrosun, gebroeders Guno, Ronald, Kenneth en Erwin Zorgvol, wellicht nog meer namen die ik nu noem, aanvullend vanuit onze families met de gebroeders van Gom (Robbert, Patrick, Roy), Steffens (Marcel, Siegfried), Simons (Denns), Haatrecht (Jerry, Winston). Het waren bijzondere momenten en zeker om trots op te zijn na toernooi winst met weer een beker van de vele in de prijzenkast (gebouw in de speeltuin grenzend aan de van Hallstraat halte bus 18). We hadden niet veel, maar wel…VOETBAL en ELKAAR!

    Jerry had altijd een uitgesproken mening, maar had vooral veel lol in het voetbal leven. Hij heeft jaren nog met Willem van Hanegem opgetrokken en die was ook bij zijn uitvaart aanwezig. Wim had een moeilijke periode met Truus en Jerry wist bij hem wel het plezier terug te brengen. We noemde Jerry binnen de familie ook al veel eerder “Zwarte van Hanegem” dit vooral omdat hij scherp kon zijn mbt de kunde van voetballen. Viel je daarbuiten dan zou je het horen/weten ook. Winnie heeft succes behaald, omdat die naast het eigen talent en atletisch vermogen ook het leven en de kansen serieuzer nam. Echter het super talent in de familie was Jerry en zeker ook Marcel Steffens. De laatste had naar Italië had gekund, maar koos voor zijn prille vaderschap bij geboorte van zijn oudste dochter.

    Ja, er zijn inmiddels wel wat voetballers uit deze mooie Amsterdamse periode op het veld terecht gekomen, die geen eindtijd meer kent. Zucht…..

    Moge zij rusten in vrede en dat deze herinneringen voor ons warm bewaard blijven voortbestaan.

  2. Atie Schut zegt:

    Ik speelde mee deze wedstrijd. Meestal onthoud ik alle uitslagen, maar deze niet. Een teamgenoot van me, Piet Gootjes, wist me te vertellen dat wij als SDW 7-2 wonnen. Piet schoot in eigen doel, zei hij zelf.
    Ik heb het nagezocht in het krantenarchief. En het klopt: ‘Wij wonnen met 7-2.
    Daarover nog mailcontact gehad met Peter Heerschop. 😂

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *